Over het ontstaan van Brain Blocks  

In 2005 heb ik Brain Blocks bedacht aan de hand van vragen van kinderen en jongeren die ik in die periode in behandeling had. Ik was toen net gestart als zelfstandige psychomotorisch therapeut. Een periode waarin ik nog hard aan het werk was om mezelf te ontwikkelen als therapeut en ik probeerde me het ondernemerschap eigen te maken. In deze periode had ik als startende ondernemer geen vaste werkplek en ging ik van de ene school naar de andere om de behandelingen vorm te geven. De contacten met ouders en school verliepen in korte lijnen, aangezien ik de intake- en evaluatiegesprekken bij ouders thuis of op school deed. Door deze manier van werken kon ik van dichtbij ervaren hoe het met mijn cliënten thuis en op school ging. Ik kreeg een indruk van hun functioneren binnen hun dagelijkse omgeving. Ik was getuige van veel positieve momenten, maar ook van de zoektocht van ouders, kinderen, jongeren en leerkrachten in de omgang met elkaar en soms ook met zichzelf.

In de periode voor 2005 ben ik werkzaam geweest als groepsleider bij De La Salle, een orthopedagogische instelling voor kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking en bij Herlaarhof, centrum voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie. Door mijn werkzaamheden binnen deze organisaties had ik ervaring opgedaan in de begeleiding en behandeling van kinderen en jongeren met gedragsproblemen. De directe omgeving van de cliënten had ik echter nog niet eerder van zo dichtbij meegemaakt. Dit verruimde mijn zienswijze van ‘probleemgedrag’ naar ‘probleemgedrag binnen de dagelijkse omgeving’.

In mijn eerste jaren als psychomotorisch therapeut heb ik relatief veel met kinderen en jongeren gewerkt die een vorm van autisme hebben. Zij waren immers in het bezit van een PGB (Persoons Gebonden Budget) waar ik uit betaald werd. In de behandeling merkte ik niet alleen problemen op in het anders reguleren van prikkels, maar ook problemen in de relationele afstemming. Het ging hierbij om moeite met het afstemmen op zichzelf, anderen en de omgeving. Kinderen en jongeren hadden bijvoorbeeld moeite met sociale timing, inleven en meeleven met anderen. Het gedrag van de cliënt werd door de omgeving als min of meer ongepast of vreemd ervaren. Ik kwam hierdoor steeds tot de conclusie dat het effect van de psychomotorische behandeling in de zaal altijd beperkt is, wanneer er geen transfer naar belangrijke anderen in de directe omgeving van de cliënt gemaakt wordt. Er ontstond een behoefte naar een psycho-educatief middel om deze kinderen en jongeren en hun ouders meer inzicht te geven in de problematiek. Naast meer inzicht wilde ik ook graag een middel dat wederzijds begrip, draagkracht voor ander gedrag en de mogelijkheid tot communiceren zou vergemakkelijken en verbeteren.

Op een nacht ben ik wakker geworden met het idee dat uitleg over autisme het best vorm-gegeven kon worden door een visueel middel. Ik had namelijk ervaren dat beelden en metaforen bij de kinderen en jongeren met wie werkte vaak gemakkelijker bleven hangen dan de woorden die ik gebruikte. Zou het mogelijk zijn om een beeld te maken van een brein mét, en een brein zonder autisme?

Ik heb mezelf de vraag gesteld: ‘Hoe voelt en ervaart het ene brein en hoe het andere?’ Vervolgens heb ik twee hoofden getekend op papier en ben ik beelden gaan maken met verschillende spelmaterialen die voorhanden waren. Ik had ballen en magneten die flexibel met elkaar te verbinden waren, en in de doos met speelgoed waren ook verschillende gekleurde houten blokken aanwezig. Ik merkte aan mezelf dat ik deze blokken telkens in een bepaalde ordening wilde neerleggen. Ik maakte torens en rijtjes in verschillende vormen gesorteerd op kleur. Hier is het basisidee van Brain Blocks ontstaan; representaties van een flexibel en een meer rechtlijnig brein. Vervolgens heb ik vanuit de theorie over autisme verschillende thema’s vastgesteld die ik herkende vanuit de interactie met cliënten uit de praktijk. Ik ben gaan onderzoeken of ik deze thema’s kon verbeelden door middel van de blokken en bollen.

Ik heb mijn beelden aan veel kinderen en jongeren laten zien. Regelmatig gingen kinderen en jongeren aan de hand van de beelden die ik geïntroduceerd had aan mij uitleggen hoe hun eigen brein werkt! Wie kreeg eigenlijk psycho-educatie?

Ik merkte dat er over het algemeen herkenning was bij kinderen en jongeren in het blokjesbrein. Naast erkenning ontstond er ook een proces van bewustwording. Niet alleen bij de cliënten, maar ook bij hun ouders, broertjes, zusjes, leerkrachten en bij mij!

Cliënten kregen naast meer inzicht ook de mogelijkheid te communiceren over hun ervaringen. Door beelden te maken en woorden te geven aan de ervaring ontstond er ruimte om tot andere keuzes te komen. De bewustwording gaf ruimte voor anders kijken, denken en handelen. Bij ouders had Brain Blocks vaak eerst het effect van her- en erkenning. Dit was niet altijd even gemakkelijk voor alle ouders. Soms kwamen er tranen, maar ook waren er momenten van opluchting of een ervaring van eindelijk begrijpen. Dit gaf over het algemeen bij alle betrokkenen in de omgang met de cliënt meer begrip en draagkracht voor ander gedag. Voor broertjes en zusjes van de cliënt gaf Brain Blocks vooral een stukje verduidelijking en een duiding voor het gedrag van hun broer of zus. Voor leerkrachten gaf Brain Blocks een ander licht op de vaak al aanwezige kennis over autisme. Echter, de specifieke beelden van de cliënt gaven ook handvatten in de omgang. Hier kwamen bijvoorbeeld afspraken uit voort over opruimtijd of gebaren en symbolen die het kind kon geven om te duiden wanneer het hulp nodig heeft.

Er kwamen vragen of ik Brain Blocks niet kon laten zien aan andere familieleden of aan het hele schoolteam. Ik heb regelmatig een woonkamersessie gehouden waar ik samen met de cliënt aan de hand van Brain Blocks aan zijn familie inzicht heb gegeven in autisme. Het was dan vaak stil bij aanvang waarna er belevingen te zien waren als verwondering en ontroering. Uiteraard kwamen er dan vragen die vaak beantwoord konden worden door de kinderen en jongeren zelf.

Brain Blocks heeft en is zich voortdurend aan het ontwikkelen. In de eerste vijf jaar heb ik veel van kinderen en jongeren geleerd. Niet alleen over de meest mooie beelden die ze mij hebben laten zien, maar ook van de momenten waarop ik en de cliënt vastliepen. Ik heb met Brain Blocks een proces doorlopen waarin ik wat werkt heb behouden en dat wat niet werkt heb vervormd. De ontwikkeling van Brain Blocks is voor mij nog steeds een grote leerschool. Brain Blocks weet mij nog steeds te verrassen in zijn mogelijkheden en onverwachte inzichten. De inbreng van cliënten, hulpverleners, ouders en andere betrokkenen beïnvloeden mijn werkwijze met Brain Blocks nog steeds. Ook is er wederzijdse beïnvloeding te zien tussen mijn persoonlijke ontwikkeling en de ontwikkeling van Brain Blocks.

Brain Blocks heeft in 2010 zijn naam gekregen. Vanaf december 2011 ben ik Brain Blocks gaan overdragen aan andere professionals in de zorg. Het besluit om Brain Blocks overdraagbaar te maken heeft de ontwikkeling versneld. Ik ging een proces in waarbij ik overdraagbaar probeerde te maken wat ik eigenlijk deed. Daar was ik me niet meer altijd even bewust van. Welke keuzes maakte ik in de behandeling en het gebruik van Brain Blocks? Wanneer deed ik wat en in welke volgorde? Welke woorden en welke beelden maakte ik bij welk thema. Hoe maakte ik Brain Blocks telkens weer passend voor de cliënt? Hoe keek ik naar autisme en de behandeling en begeleiding van kinderen en jongeren met hun hulpvraag. Welke achterliggende theoretische achtergrond sluit aan bij de werkwijze? Stap voor stap heeft dit steeds meer vorm gekregen.

In 2014 is workshop Brain Blocks deel II en deel III ontstaan waardoor de opleiding meer compleet is geworden. Naast psycho-educatie is Brain Blocks tevens een communicatiemiddel. Het inzetten van Brain Blocks als communicatiemiddel vraagt om een specifieke manier van denken en werken. Dit wordt gedoceerd in de workshop deel II en is een belangrijke aanvulling op de psycho-educatie. In de derde workshop staat het therapeutisch werken met Brain Blocks centraal. Er komt dan meer diepgang in het kijken en werken met de beelden van de cliënt. Naast Brain Blocks in het hoofd wordt er gewerkt aan het vormgeven van een ‘blokjestaal’ in het lijf. Er wordt dan ook een lijf toegevoegd waardoor er onder andere gewerkt kan worden aan grensbewustwording.

In 2017 hebben vier studenten vanuit de Universiteit van Amsterdam onder supervisie van dr. E.V. (Elena) Syurina (VU) en dr. Floor van Rooij (UvA) verschillende deelonderzoeken gedaan naar de effectiviteit en de werkzame factoren van Brain Blocks. Hierbij hebben de volgende onderzoeksrichtingen centraal gestaan:

  • Algemeen onderzoek naar het effect van Brain Blocks en welke organisaties gebruikmaken van deze interventie.
  • De wijze waarop Brain Blocks geïntegreerd wordt in de praktijk.
  • Het effect van Brain Blocks op ouders.
  • Onderzoek naar de kwaliteit en effectiviteit van de workshops.

Ik vermoed dat dit echter pas de start is van nieuwe hoofdstukken waarin wetenschappelijke onderbouwing en nieuwe inzichten hun bijdrage zullen leveren aan de kwaliteit en werkwijze van de Brain Blocks-interventie. Met de tijd zal dit duidelijk worden. Op dit moment geniet ik van alle ontwikkelingen en draag ik met veel plezier mijn steentje bij.

Stephan van de Ven

Stephan